ECLI:NL:RVS:2004:AR2971
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake verwijdering tijdelijke woonunit
Het college van burgemeester en wethouders van Lingewaal heeft verzoeker bij besluit van 28 november 2003 gelast een tijdelijke woonunit te verwijderen van een perceel te Lingewaal, onder dreiging van een dwangsom. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 13 april 2004 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem, die op 3 augustus 2004 het beroep ongegrond verklaarde.
Verzoeker stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 23 september 2004 werd door het college bevestigd dat de dwangsom inmiddels tot het maximum was verbeurd. De Voorzitter oordeelde dat hierdoor geen sprake was van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigde.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan overeenkomstig artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het verwijderingsbesluit is afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.