ECLI:NL:RVS:2004:AR2971

Raad van State

Datum uitspraak
23 september 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200407466/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.W.L. Loeb
  • S.W. Schortinghuis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:84 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake verwijdering tijdelijke woonunit

Het college van burgemeester en wethouders van Lingewaal heeft verzoeker bij besluit van 28 november 2003 gelast een tijdelijke woonunit te verwijderen van een perceel te Lingewaal, onder dreiging van een dwangsom. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 13 april 2004 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem, die op 3 augustus 2004 het beroep ongegrond verklaarde.

Verzoeker stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 23 september 2004 werd door het college bevestigd dat de dwangsom inmiddels tot het maximum was verbeurd. De Voorzitter oordeelde dat hierdoor geen sprake was van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigde.

Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan overeenkomstig artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het verwijderingsbesluit is afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.

Uitspraak

200407466/2
Datum uitspraak: 23 september 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van :
[verzoeker] wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem van 3 augustus 2004 in het geding tussen:
verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van Lingewaal.
Procesverloop
Bij besluit van 28 november 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaal (hierna: het college) verzoeker op straffe van en dwangsom gelast een tijdelijke woonunit, staande op het perceel [locatie] te [plaats], binnen zes weken na verzending van dit besluit te verwijderen.
Bij besluit van 13 april 2004, verzonden op 20 april 2004, heeft het college het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar voorzover thans van belang ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 3 augustus 2004, verzonden op 5 augustus 2004, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 6 september 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Voorts heeft hij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 september 2004, waar verzoeker in persoon en bijgestaan door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door drs. I. Ponsen en F.J.M. de Bruijn, ambtenaren der gemeente, zijn verschenen.
De Voorzitter heeft het verzoek afgewezen.
Daartoe heeft hij het volgende overwogen.
Ter zitting heeft het college desgevraagd medegedeeld en verzoeker heeft niet weersproken dat de dwangsom inmiddels tot het maximum is verbeurd. Reeds daarom is geen sprake van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening vereist en bestaat aanleiding het verzoek af te wijzen.
Uitgesproken in het openbaar overeenkomstig artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb w.g. Schortinghuis
Voorzitter     ambtenaar van Staat
66.