ECLI:NL:RVS:2004:AR2997
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit voorkeursrecht gemeente Schouwen-Duiveland ondanks intentieovereenkomst
Het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland stelde voor om meerdere percelen grond aan te wijzen als gronden waarop het voorkeursrecht van toepassing is. De raad nam dit besluit voor een maximale duur van twee jaar. Appellante, TRS West B.V., maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen door de raad en vervolgens door de rechtbank Middelburg.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat bij het besluit ten onrechte geen rekening was gehouden met een intentieovereenkomst tussen de gemeente en TRS Ontwikkelingsgroep B.V. over woningbouwontwikkeling op de locatie waar de gronden liggen. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de wetgever bij de Wvg het algemene belang van het vestigen van het voorkeursrecht al heeft afgewogen tegen individuele financiële belangen, zodat deze niet apart hoeven te worden meegewogen.
Verder oordeelde de Afdeling dat appellante geen partij was bij de intentieovereenkomst en daaraan geen rechten kon ontlenen. Er waren geen andere belangen gesteld die tegen het voorkeursrecht pleitten. Daarom was vernietiging van de beslissing op bezwaar niet aan de orde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is ongegrond verklaard en het besluit tot vestiging van het voorkeursrecht is bevestigd.