ECLI:NL:RVS:2004:AR3329
Raad van State
- Hoger beroep
- Ch.W. Mouton
- W.C.M. Ramsahai
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand wegens overschrijding vermogensgrens
Appellant verzocht om toevoeging voor rechtsbijstand, maar dit werd door het bureau rechtsbijstandvoorziening afgewezen vanwege een vermogen dat de wettelijke grens van ƒ 14.000,00 overschrijdt. Na administratief beroep en een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het bureau terecht uitging van de vermogenssituatie per 31 december 1999, aangezien appellant later alsnog de benodigde financiële gegevens over dat jaar had verstrekt. De studieschuld van appellant werd niet als schuld in de zin van de draagkrachtcriteria erkend omdat deze niet was aangegaan voor de verkrijging van vermogensbestanddelen zoals bedoeld in de wet.
Ook het beroep op een oudedagsreserve werd verworpen omdat appellant nog niet de vereiste leeftijd had bereikt en het niet aannemelijk was dat het aanspreken van deze reserve onredelijk bezwarend zou zijn. De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging rechtsbijstand bevestigd.