ECLI:NL:RVS:2004:AR3342
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- J. Heijerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake gedogen spuitactiviteiten met geurhinder in Schiedam
Het geschil betreft een besluit van 22 juni 2004 waarbij het college van burgemeester en wethouders van Schiedam het verrichten van spuitactiviteiten in een inrichting te Schiedam onder voorwaarden gedoogt tot uiterlijk 1 april 2005 of drie maanden na inwerkingtreding van een veranderingsvergunning. Verzoekers maakten bezwaar en verzochten om een voorlopige voorziening.
Verzoekers stelden dat er geen concreet uitzicht op legalisatie bestaat vanwege onvoldoende beperking van geurhinder en betwijfelden de representativiteit van de gebruikte geurrekenmodellen. Verweerder stelde dat legalisatie mogelijk is door het plaatsen van 30 meter hoge schoorstenen en dat het geurhinderniveau acceptabel is volgens het worst case scenario. Tevens erkende verweerder dat er sprake is van strijd met artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, maar koos voor gedogen vanwege het algemeen belang en de redelijke verwachting op legalisatie.
De Voorzitter oordeelde dat het acceptabele geurhinderniveau niet wordt overschreden bij toepassing van de voorgestelde maatregelen en dat een bouwvergunning voor de schoorstenen kan worden verleend. De bezwaren tegen de voorwaarden en de handhaafbaarheid daarvan werden niet gegrond verklaard. Ook de bezwaren over het onderscheid in beschermingsniveau tussen woningen op een industrieterrein en elders werden verworpen. Gelet op de belangenafweging en het uitzicht op legalisatie werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 30 september 2004 door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.