ECLI:NL:RVS:2004:AR3343
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.A. Hoovers-Backaert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning APK-keuring na geconstateerde overtredingen
De Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW) heeft op 14 mei 2004 de erkenning van appellante voor het verrichten van APK-keuringen tijdelijk ingetrokken voor de duur van zes weken. Dit besluit volgde op constatering van meerdere overtredingen, waaronder het onjuist opmaken van een keuringsrapport en het aanbrengen van wijzigingen op het keuringsrapport zonder juiste datum. Appellante betwist de geconstateerde overtredingen niet, maar stelt dat de sanctie onevenredig is.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak en oordeelde dat nader onderzoek niet nodig was en dat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak mogelijk was.
De Raad van State overweegt dat het sanctiebeleid van de RDW, zoals neergelegd in de Toezichtbeleidsbrief APK erkenninghouders, een gedifferentieerd systeem kent dat rekening houdt met ernst, bedrijfseconomische belangen en staat van dienst. De opgelegde tijdelijke intrekking is passend, temeer daar appellante in de voorgaande drie jaar geen sancties had en niet in de P-klasse was geplaatst. De overtredingen zijn niet slechts administratief van aard, maar raken de verkeersveiligheid.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de APK-erkenning voor zes weken en wijst het hoger beroep van appellante af.