ECLI:NL:RVS:2004:AR3347
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Cleton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor illegale ontgrondingswerkzaamheden in winterbed Bergsche Maas
Verweerder legde appellante een last onder dwangsom op wegens het zonder vergunning uitvoeren van ontgrondingswerkzaamheden op een perceel gelegen aan de Bergsche Maas. Appellante voerde aan dat de werkzaamheden in het zomerbed plaatsvonden en dat Rijkswaterstaat haar daarvoor een vergunning had verleend. Tevens stelde zij dat de werkzaamheden onder provinciale vrijstellingen vielen.
De Raad van State overwoog dat het winterbed en zomerbed van de rivier zorgvuldig waren vastgesteld aan de hand van veldmetingen, luchtfoto’s en historische waterstanden. Uit onderzoek bleek dat de ontgronding deels in het winterbed had plaatsgevonden, waarvoor verweerder bevoegd gezag is. De vrijstellingen uit de provinciale Ontgrondingenverordening waren niet van toepassing op de uitgevoerde werkzaamheden.
Verder werd geoordeeld dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren om af te zien van handhaving, mede omdat legalisatie niet mogelijk was vanwege strijd met het bestemmingsplan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de last onder dwangsom bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.