ECLI:NL:RVS:2004:AR3348
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- W.M.P. van Gemert
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen revisievergunning veehouderij wegens stankhinder en natuurbescherming afgewezen
Bij besluit van 17 februari 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein een revisievergunning voor een veehouderij op een perceel te IJsselstein. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, waarbij zij onder meer stelden dat sprake was van onaanvaardbare stankhinder en dat de vergunning onterecht was getoetst aan de Interimwet ammoniak en veehouderij in plaats van de Wet ammoniak en veehouderij.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor de gronden betreffende cumulatieve stankhinder, mest- en veevoeropslag en de toetsing aan de Interimwet, omdat appellanten deze punten niet als bedenkingen tegen het ontwerpbesluit hadden ingebracht. Voor de gronden met betrekking tot de Vogel- en Habitatrichtlijn werd het beroep wel ontvankelijk verklaard, maar deze bleken ongegrond omdat het aangevochten gebied niet was aangewezen als speciale beschermingszone en appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat dit wel had moeten gebeuren.
Verder stelde de Afdeling vast dat de verleende vergunning gebaseerd was op eerder verleende rechten en dat de situatie omtrent stankhinder niet was verslechterd. Het voorgestelde ventilatiesysteem zou een ingrijpende wijziging zijn die de grondslag van de aanvraag zou verlaten, waardoor dit niet kon worden voorgeschreven.
De Afdeling verklaarde het beroep voor het overige ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Het beroep werd daarmee deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard; de revisievergunning blijft van kracht.