Uitspraak
200400844/1, die op dezelfde zitting is behandeld, als samenhangende zaken in de zin van artikel 3, eerste lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht moeten worden beschouwd.
Raad van State
Bij besluit van 13 april 2004 wijzigde het college van gedeputeerde staten van Limburg een eerder verleende grondwateronttrekkingsvergunning door twee percelen toe te voegen aan een mobiele pompinstallatie. Deze percelen liggen nabij het Natura 2000-gebied De Groote Peel, dat tevens een prioritair verdrogingsgebied is.
Appellante, Stichting Werkgroep Behoud De Peel, stelde dat de uitbreiding de grondwaterstand en daarmee de natuurwaarden in De Groote Peel negatief zou beïnvloeden. Zij betoogde dat verweerder onvoldoende had onderzocht of het besluit in overeenstemming was met de Habitatrichtlijn, die beschermingsmaatregelen voorschrijft voor speciale beschermingszones.
De Raad van State constateerde dat verweerder geen onderzoek had verricht naar de effecten van de vergunningverlening op de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied, terwijl dit gezien de ligging van de percelen en het mogelijke cumulatieve effect wel noodzakelijk was. Dit leidde tot strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel uit artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de toevoeging van de percelen betrof. Tevens werd het college van gedeputeerde staten veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot uitbreiding van de grondwateronttrekkingsvergunning nabij De Groote Peel is vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar effecten op natuurwaarden.