ECLI:NL:RVS:2004:AR3752

Raad van State

Datum uitspraak
13 oktober 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200402623/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.A.C. Slump
  • M. Duursma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:4 AwbArt. 1:2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen dwangsombesluit voor strijdig gebruik woning

Het college van burgemeester en wethouders van Laarbeek legde aan Match Detachering B.V. een last onder dwangsom op wegens het strijdige gebruik van een woning voor huisvesting van werknemers. Appellant, eigenaar van de woning, stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen rechtstreeks belanghebbende was.

Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State, stellende dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de last onder dwangsom uitsluitend gericht was aan Match als vermeende overtreder en dat alleen deze partij belanghebbende is bij het besluit. Het belang van appellant werd als afgeleid en niet rechtstreeks getroffen beoordeeld.

De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 13 oktober 2004.

Uitkomst: Het beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is bij het dwangsombesluit.

Uitspraak

200402623/1.
Datum uitspraak: 13 oktober 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 19 februari 2004 in het geding tussen:
appellant
en
het college van burgemeester en wethouders van Laarbeek.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 23 januari 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Laarbeek (hierna: het college) bepaald dat de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Match Detachering B.V./The perfect Match" (hierna: Match) dwangsommen verbeurt indien het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van de woning aan [locatie] te [plaats] voor de huisvesting van werknemers van een detacheringsbedrijf, niet voor 1 maart 2003 is gestaakt.
Bij besluit van 4 juni 2003 heeft het college het daartegen door Match gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en bepaald dat de dwangsommen worden verbeurd indien het strijdige gebruik niet voor 1 juli 2003 is gestaakt.
Bij uitspraak van 19 februari 2004, verzonden op 20 februari 2004, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 28 maart 2004, bij de Raad van State ingekomen op 29 maart 2004, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 14 april 2004 heeft het college van antwoord gediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 augustus 2004, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. C.J. Driessen, advocaat te Beers, en het college, vertegenwoordigd door M.L.M. van Heijnsbergen en A.J.M. van Doorn, ambtenaren van het college, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Appellant betoogt tevergeefs dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk is.
2.2.    Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), gelezen in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, en artikel 6:4, eerste lid, van deze wet, kan een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en vervolgens beroep instellen bij de rechtbank.
Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder een belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is.
2.3.    Appellant is eigenaar van de woning en verhuurde deze tot medio 2003 aan Match.
2.4.    De last onder dwangsom is niet gericht aan appellant maar aan Match als de – vermeende – overtreder. Omdat alleen de overtreder een dwangsom kan verbeuren is in beginsel slechts hij aan te merken als belanghebbende bij de last als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat het belang van appellant moet worden aangemerkt als een afgeleid belang dat niet rechtstreeks door het besluit van 23 januari 2003 wordt getroffen. De omstandigheid dat de gehuisveste werknemers werkzaam zijn in het bedrijf van appellant, leidt niet tot een ander oordeel. Ook overigens is niet gebleken van omstandigheden die tot een andere conclusie zouden moeten leiden.
De rechtbank heeft het beroep van appellant derhalve terecht - hoewel op andere gronden – niet-ontvankelijk verklaard.
2.5.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump    w.g. Duursma
Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2004
292-378.