ECLI:NL:RVS:2004:AR3756
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergunning uitrit vanwege verkeersveiligheid en groenbescherming
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg wees de aanvraag van appellant voor een vergunning voor een uitrit aan de achterzijde van zijn woning af, vanwege bezwaren op grond van verkeersveiligheid en de bescherming van de groenvoorziening. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het college onzorgvuldig had gehandeld en dat de verkeersbewegingen niet zouden toenemen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen, mede gelet op het rapport van de politie Haaglanden dat de verkeersveiligheid bevestigt.
Verder is geoordeeld dat de verwijdering van openbaar groen proportioneel is gezien de verkeerskundige eisen voor de uitrit. De Afdeling vindt dat het college de belangen van bruikbaarheid en veiligheid van de weg, alsmede de bescherming van de groenvoorziening, terecht heeft meegewogen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de vergunning voor de uitrit wordt bevestigd vanwege verkeersveiligheid en bescherming van de groenvoorziening.