ECLI:NL:RVS:2004:AR3764
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering gehandicaptenparkeerkaart
Appellant had bij het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oost/Watergraafsmeer een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerkaart, die op 13 mei 2002 werd afgewezen. Na een bezwaarprocedure handhaafde het bestuur het besluit op 11 februari 2003. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat het bestuur binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de procedure bleek dat het bestuur een nieuw en uitgebreider advies had ingewonnen en appellant in de gelegenheid had gesteld hierop te reageren. De Afdeling oordeelde dat het eerdere beroep van appellant reeds het beoogde resultaat had bereikt en dat appellant geen rechtens te beschermen belang meer had bij het hoger beroep.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 13 oktober 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtens te beschermen belang.