ECLI:NL:RVS:2004:AR3767
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- H. Troostwijk
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding verleggen glasvezelkabel op grond van Telecommunicatiewet
Appellante, KPN Telecom B.V., heeft schade geleden door de verlegging van een glasvezelkabel in verband met de verbreding en verlegging van de vaarweg in de Westerschelde in 1999. Zij verzocht de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat om schadevergoeding op grond van de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen (NKL 1999), maar dit verzoek werd afgewezen.
De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de NKL 1999 als beleidsregel terugtreedt wanneer een formele wet, zoals de Telecommunicatiewet, een specifieke regeling biedt voor de vergoeding van kosten voor het verleggen van kabels die op openbare gronden liggen. De verlegging betrof een telecommunicatiekabel en appellante is een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk, zodat de schadevergoeding beoordeeld moet worden op grond van de Telecommunicatiewet.
Appellante stelde dat zij op grond van artikel 5.7 van de Telecommunicatiewet recht heeft op vergoeding van de verplaatsingskosten, maar de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat deze stelling in deze procedure niet aan de orde is omdat de bijzondere conflictregeling van artikel 5.7, derde lid, voorziet in een besluit van de OPTA en een exclusieve beroepsmogelijkheid bij de rechtbank Rotterdam.
Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van KPN Telecom B.V. is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.