Uitspraak
200204388/1 en 200204652/1is de Afdeling van oordeel dat schade, beweerdelijk veroorzaakt door besluitvorming voorafgaande aan de vaststelling van het aanwijzingsbesluit, niet op de voet van de desbetreffende bepalingen voor vergoeding in aanmerking komt. Dit betekent dat voorzover de schade door appellant is geleden vóór 23 oktober 1996, er geen causaal verband kan worden aangenomen tussen de door appellant gestelde inkomensderving en de in de Gemeenschappelijke regeling genoemde relevante schadeoorzaken. De schade die zou zijn ontstaan na de genoemde datum, komt evenmin voor vergoeding op grond van de Gemeenschappelijke regeling in aanmerking. Immers, zoals appellant zelf heeft gesteld, is ook deze schade een rechtstreeks gevolg van het aankopen door Schiphol N.V. van de woningen van de huizenbezitters binnen het afzetgebied van appellant. Dergelijke privaatrechtelijke rechtshandelingen van een derde kunnen niet als schadeoorzaak als bedoeld in de Gemeenschappelijke regeling aangemerkt worden. Daar komt bij, zo is ter zitting door de besliscommissie onweersproken gesteld, dat een niet onbelangrijk deel van de woningen in het desbetreffende gebied niet binnen de zogenoemde 65 Ke-zone valt. Voor die bewoners bestond geen enkele verplichting tot verhuizen. Nu bij ondernemingen als die van appellant altijd de mogelijkheid aanwezig is van een zeker verloop van klanten, moet de gestelde schade veeleer worden aangemerkt als normaal ondernemersrisico. Het betoog van appellant kan derhalve niet slagen.