ECLI:NL:RVS:2004:AR3797
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving woonbootverbouwing zonder vergunning in Amsterdam-Centrum
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum legde appellant een last onder dwangsom op om binnen twaalf weken een zonder vergunning aangebrachte wijziging aan zijn woonboot ongedaan te maken. Het betrof het vervangen van het voorste raam door een enkel raam en het plaatsen van een tweede, verhoogde toegangsvoorziening die de maximale toegestane hoogte van de opbouw overschreed.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het handhavingsbesluit, maar zowel de voorzieningenrechter als de Raad van State verklaarden deze beroepen ongegrond. De Raad overwoog dat het bestuursorgaan bevoegd was op te treden wegens het ontbreken van een vergunning en dat de overschrijding van de toegestane hoogte niet gelegaliseerd kon worden.
Er waren geen bijzondere omstandigheden die het handhavend optreden onevenredig of onredelijk maakten. De Raad bevestigde daarom het eerdere oordeel en het opleggen van de dwangsom, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom tot herstel van de woonboot wordt bevestigd.