Uitspraak
200302977/1, ongegrond verklaard.
Raad van State
De gemeenteraad van Leeuwarden weigerde appellant vrijstelling te verlenen voor het veranderen van kantoorruimte in een bedrijfswoning op een perceel binnen het bedrijventerrein Hemrik. Het bestemmingsplan ter plaatse kende de bestemming 'Verkeersdoeleinden' toe, waarin een bedrijfswoning niet past. Appellant stelde dat hij erop mocht vertrouwen dat vrijstelling zou worden verleend, maar de rechtbank oordeelde dat het gemeentebeleid juist gericht was op het weren van bedrijfswoningen.
De rechtbank stelde vast dat de gemeenteraad een consistent beleid voerde, waarbij bedrijfswoningen alleen aan de rand van het bedrijventerrein werden toegestaan, niet in het centrale deel waar zwaardere bedrijvigheid plaatsvindt. Het toestaan van een bedrijfswoning in de bedrijfshal zou de bedrijfsactiviteiten kunnen belemmeren. Daarnaast was de weigering niet alleen gebaseerd op geluidsbelasting, maar ook op het gemeentelijk beleid dat in het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein De Hemrik' een bedrijfswoning op het perceel uitsloot.
Appellant stelde dat het bestemmingsplan bedrijfswoningen niet verbood, maar de rechtbank oordeelde dat de geldende bestemming en het beleid dit wel uitsloten. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vrijstelling voor de bedrijfswoning bevestigd.