Uitspraak
200302982/1, slechts in bijzondere gevallen voor vergoeding in aanmerking komen. Een zodanig bijzonder geval doet zich in de onderhavige situatie niet voor.
Raad van State
Appellanten, eigenaren van een woning te Helmond, verzochten om schadevergoeding wegens waardevermindering door de bouw van het jongerencentrum Plato en de daarmee gepaard gaande overlast. De gemeente wees het verzoek aanvankelijk af, maar kende later een vergoeding van € 5000 toe op basis van een advies van de Johan van Oldenbarnevelt Stichting.
Appellanten stelden dat de vergoeding te laag was en dat zij niet adequaat waren betrokken bij de besluitvorming, met name dat hun commentaar op het conceptrapport niet was meegenomen en dat het taxatierapport onvoldoende was onderbouwd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toekenning ongegrond.
De Raad van State oordeelde dat de motivering van het besluit op bezwaar niet voldeed aan de eisen van de Algemene wet bestuursrecht, omdat het rapport van de Stichting niet was meegestuurd bij de beslissing. Dit leidde tot vernietiging van het besluit. Wel liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat geen sprake was van schending van het hoor en wederhoor. Verder wees de Raad het verzoek om vergoeding van kosten van deskundige bijstand af, maar veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten voor het beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit van de gemeente Helmond tot toekenning van een schadevergoeding wordt vernietigd wegens gebrekkige motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.