ECLI:NL:RVS:2004:AR4287
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Beekhuis
- P. Plambeck
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens overtreding milieuregels
Verzoekster kreeg op 5 augustus 2004 een last onder dwangsom opgelegd door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant wegens overtredingen van artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer en meerdere voorschriften uit een Hinderwetvergunning. De overtredingen betroffen onder meer de opslag van gevaarlijke stoffen op een niet-vloeistofdichte vloer, overschrijding van geluidsgrenswaarden, onjuiste opslag van gasflessen en het opslaan van afvalstoffen.
Verzoekster betwistte enkele overtredingen en voerde aan dat legalisering binnen afzienbare tijd mogelijk was vanwege een ingediende revisievergunningaanvraag. De Voorzitter oordeelde dat de opslag van gevaarlijke stoffen niet voldeed aan de vereiste normen en dat de overschrijding van geluidsnormen en onjuiste gasflesopslag voldoende waren vastgesteld. Voor voorschrift 1.4 over de opslag van afvalstoffen was echter onvoldoende duidelijkheid over het moment waarop sprake was van afvalstof, waardoor deze last werd geschorst.
De Voorzitter stelde dat handhaving in beginsel gerechtvaardigd is tenzij concreet uitzicht op legalisatie bestaat of handhaving onevenredig is. Gezien de onvolledige vergunningaanvraag en twijfel over naleving van geluidsnormen was geen sprake van concreet uitzicht op legalisatie. De opgelegde dwangsommen waren naar het oordeel van de Voorzitter in redelijke verhouding tot het geschonden belang. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom grotendeels afgewezen, met uitzondering van de last onder dwangsom voor voorschrift 1.4, die werd geschorst. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De last onder dwangsom voor voorschrift 1.4 werd geschorst, het overige verzoek werd afgewezen.