ECLI:NL:RVS:2004:AR4611
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering handhaving milieuregels bij parkeeractiviteiten busbedrijf
Appellante verzocht handhavend op te treden tegen activiteiten van twee bedrijven op een bedrijventerrein, waarbij zij geluid- en stankhinder ondervond. Zij stelde dat de activiteiten van vergunninghoudster A en B als één inrichting moesten worden beschouwd en dat er sprake was van overtredingen van milieuregels, waaronder het ontbreken van een vergunning voor het stallen van bussen en opslag van gevaarlijke gassen.
De verweerder wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellante stelde dat de activiteiten van vergunninghoudster A onder bepaalde categorieën van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer vielen, waardoor handhaving mogelijk was.
De Raad van State oordeelde dat geen sprake was van organisatorische, technische of functionele bindingen tussen de twee bedrijven die hen tot één inrichting maakten. De activiteiten van vergunninghoudster A bestonden hoofdzakelijk uit het parkeren van bussen, wat niet onder de relevante milieucategorieën valt. Ook was er geen bewijs van overtredingen door vergunninghoudster B.
Daarom was het besluit om niet handhavend op te treden terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot handhaving is ongegrond verklaard omdat de activiteiten niet als inrichting onder de Wet milieubeheer kwalificeren.