ECLI:NL:RVS:2004:AR4626
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- M. Duursma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning voor verbreding garage-ingang te Maastricht
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht weigerde op 9 januari 2003 een bouwvergunning voor het verbreden van de ingang van een inpandige garage op een perceel te Maastricht. Appellant maakte bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Maastricht, die het beroep op 23 februari 2004 ongegrond verklaarde. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de verbreding van de garage-ingang niet kan worden aangemerkt als een verandering van niet-ingrijpende aard waarvoor geen vergunning vereist is. Het college baseerde zijn weigering op het advies van de Welstands-/Monumentencommissie van 18 november 2002, dat groot gewicht toekomt. Dit advies stelde dat het bouwplan in ernstige strijd is met redelijke eisen van welstand vanwege een bovenmatige verslechtering ten opzichte van een eerder afgekeurd plan.
Appellant voerde aan dat het welstandsadvies gebrekkig was, maar de Afdeling vond dat het advies voldoende motivering bevatte waarom het plan niet aanvaardbaar was. Ook overwoog de Afdeling dat appellant geen tegenadvies van een deskundige had overgelegd, hoewel daartoe gelegenheid was gegeven. Het betoog van appellant dat hij mocht vertrouwen op instemming van een ambtenaar werd niet onderbouwd geacht. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de bouwvergunning voor de verbreding van de garage-ingang.