ECLI:NL:RVS:2004:AR4641
Raad van State
- Herziening
- W. van den Brink
- C.H.M. van Altena
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening onherroepelijke uitspraak bestuursrecht
Verzoeker heeft bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek ingediend tot herziening van een onherroepelijke uitspraak van 1 augustus 2001. Dit verzoek was gebaseerd op nieuwe jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, waarvan verzoeker meende dat deze in strijd was met het Gemeenschapsrecht en tot een andere uitspraak zou moeten leiden.
De Afdeling heeft overwogen dat herziening op grond van artikel 8:88 Awb Pro alleen mogelijk is indien nieuwe feiten of omstandigheden, die voor de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Jurisprudentie van het Hof van Justitie vormt echter geen grond voor herziening van onherroepelijke uitspraken, ook niet als latere uitspraken van het Hof een eerdere onjuiste uitlegging van het Gemeenschapsrecht aantonen.
Daarnaast was het door verzoeker aangevoerde feit dat de algemene raad van de Nederlandse Orde van Advocaten in een ander geval een andere afstandsnorm hanteerde, reeds bekend of redelijkerwijs bekend voor de uitspraak en vormt dus ook geen grond voor herziening.
Gelet op deze overwegingen heeft de Afdeling het verzoek tot herziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de onherroepelijke uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.