ECLI:NL:RVS:2004:AR5052
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.G. Drupsteen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving last onder dwangsom voor afdichtingsconstructie stortplaats
Verweerder heeft aan appellante een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet tijdig aanbrengen van een afdichtingsconstructie conform voorschrift 10.6 van een milieuvergunning voor een stortplaats. Appellante betwistte de overtreding en stelde dat geen termijn was gesteld en dat de afdichtingsplannen niet formeel waren goedgekeurd.
De Raad van State oordeelde dat voorschrift 10.6 weliswaar geen expliciete termijn noemt, maar dat de afdichting moet plaatsvinden zodra dit technisch mogelijk is. Uit de stukken bleek dat de technische mogelijkheid voor afdichting van fase 2 in 2003 was vastgesteld en dat verweerder de plannen had goedgekeurd onder voorwaarden. Appellante was echter nog niet gestart met de afdichtingswerkzaamheden.
De Raad verwierp het betoog van appellante dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld en dat handhaving niet proportioneel was. Er was sprake van een wettelijk voorschrift dat gehandhaafd diende te worden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom voor het niet tijdig aanbrengen van de afdichtingsconstructie wordt ongegrond verklaard.