ECLI:NL:RVS:2004:AR5079
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing subsidieverlening Skrjabin Genootschap
Bij besluit van 11 december 2001 wees de Minister van Buitenlandse Zaken het verzoek tot subsidieverlening van het Skrjabin Genootschap af. Het daarop ingestelde bezwaar werd op 3 juni 2002 ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de appellant, die beweerde namens het Skrjabin Genootschap op te treden, niet-ontvankelijk omdat de vereniging sinds 1 november 1994 was ontbonden.
De appellant voerde in hoger beroep aan dat de Stichting Muziekcentrum Oosterleek als rechtsopvolger van de vereniging als eiseres moest worden aangemerkt, maar dit werd verworpen wegens gebrek aan bewijs van rechtsopvolging. Tevens oordeelde de Raad van State dat appellant als persoon niet ontvankelijk is omdat hij niet de subsidieaanvraag had gedaan en geen belanghebbende was in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbeterde gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 3 november 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.