Uitspraak
200100097/1(AB 2003, 65) acht zij zich, gelet op de ontstaansgeschiedenis van artikel 1 van Pro de WRO, onbevoegd van zo’n beroep kennis te nemen.
Raad van State
Provinciale staten van Gelderland stelden op 12 november 2003 het Streekplan Gelderland 1996, partiële herziening inzake de omlegging van de N831 bij Hedel vast. Diverse appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, met name tegen het oostelijke tracé en de gevolgen daarvan.
De Raad van State oordeelde dat de Afdeling bestuursrechtspraak bevoegd was kennis te nemen van beroepen tegen de concrete beleidsbeslissing inzake het oostelijke tracé, maar niet van beroepen tegen het niet opnemen van het westelijke tracé of de aanleg van een rotonde die niet als concrete beleidsbeslissing was aangemerkt. Het milieueffectrapport (MER) werd als voldoende beoordeeld, waarbij ook de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Flora- en faunawet waren betrokken.
Wel werd geoordeeld dat verweerders onvoldoende onderzoek hadden gedaan naar de gevolgen van de omlegging voor het bedrijf van appellante sub 1, waardoor de belangenafweging niet zorgvuldig was. Daarnaast was het luchtkwaliteitsonderzoek ontoereikend, omdat niet was aangetoond dat de jaargemiddelde concentraties fijn stof (PM10) binnen de normen zouden blijven. Daarom werd het besluit vernietigd voor zover het het oostelijke tracé betreft. De provincie werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van het oostelijke tracé van de N831 omlegging bij Hedel wordt vernietigd wegens onvoldoende belangenafweging en onvolledig luchtkwaliteitsonderzoek.