Uitspraak
200206430/1, heeft de Afdeling bepaald dat artikel 8.11, derde lid, van de Wet milieubeheer de ruimte biedt om een vergunning te verlenen met inachtneming van emissiegrenswaarden, parameters en gelijkwaardige technische maatregelen, die zijn gebaseerd op de best beschikbare technieken. Volgens artikel 3, eerste lid, van de Wet ammoniak en veehouderij betrekt het bevoegd gezag bij beslissingen inzake de vergunning voor de oprichting of verandering van een veehouderij de gevolgen van ammoniakemissie uit de tot de veehouderij behorende dierenverblijven uitsluitend op de wijze die is aangegeven bij of krachtens de artikelen 4 tot en met 7. Volgens artikel 3, derde lid, van de Wet ammoniak en veehouderij geldt het eerste lid niet voor voorschriften die worden gesteld met toepassing van de artikelen 8.11, 8.44, 8.45 en 8.46 van de Wet milieubeheer. Deze bepaling biedt aldus ruimte om met toepassing van de Wet ammoniak en veehouderij een vergunning te verlenen met inachtneming van emissiegrenswaarden, parameters en gelijkwaardige technische maatregelen, die zijn gebaseerd op de best beschikbare technieken. Om er voor te zorgen dat aan de bepalingen van de IPPC-richtlijn effect toekomt, dient het bevoegd gezag van deze ruimte gebruik te maken.