ECLI:NL:RVS:2004:AR5453
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen besluit ernstige bodemverontreiniging niet-urgent
Bij besluit van 27 augustus 2004 stelde het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland vast dat er sprake was van een geval van ernstige bodemverontreiniging met een niet-urgente sanering op een perceel in de gemeente [plaats]. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en verzochten om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 18 oktober 2004 en constateerde dat het geschil zich beperkte tot het bestreden besluit over de ernst en urgentie van de bodemverontreiniging. Verzoekers stelden procedurefouten en onzorgvuldige terinzagelegging aan de orde. Verweerder erkende enkele procedurele onvolkomenheden en stemde in met het verzoek om voorlopige voorziening.
De Voorzitter besloot het besluit van 27 augustus 2004 te schorsen tot zes weken na de beslissing op bezwaar, met verlenging indien binnen die termijn een voorlopige voorziening wordt gevraagd. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van proceskosten van €108,76 en vergoeding van het griffierecht van €136,00 aan verzoekers.
Deze uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige procedures bij besluiten over bodemverontreiniging en bevestigt de mogelijkheid tot schorsing bij gegronde procedurele bezwaren.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van niet-urgente ernstige bodemverontreiniging is geschorst en de provincie Zuid-Holland is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.