ECLI:NL:RVS:2004:AR5460
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- M.L.D. Trippert-van Gemeren
- Rechtspraak.nl
Vernietiging milieubeheervergunning wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel inzake composteringseisen
Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, verleende aan appellante een vergunning voor het veranderen van haar composteerinrichting op een perceel te Rotterdam. Appellante stelde beroep in tegen het besluit, met name tegen voorschriften A2.3 tot en met A2.5 die betrekking hadden op de kwaliteitseisen van het eindproduct.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat voorschrift A2.3, dat het eindproduct uitsluitend als product uit de inrichting toestond indien voldaan werd aan het Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen (BOOM), en voorschrift A2.5, dat strenge eisen stelde aan visueel herkenbare verontreinigingen, onredelijk en strijdig met het zorgvuldigheidsbeginsel waren. Verweerder had ter zitting erkend dat deze voorschriften aangepast moesten worden.
De Afdeling vernietigde daarom de voorschriften A2.3 tot en met A2.5 en stelde in de plaats daarvan nieuwe voorschriften vast die appellante verplichten zoveel mogelijk aan de KIWA beoordelingsrichtlijn te voldoen en jaarlijks te rapporteren over de naleving hiervan. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Deze uitspraak benadrukt de beoordelingsvrijheid van bestuursorganen bij milieubeheer, maar stelt grenzen aan de redelijkheid en zorgvuldigheid bij het verbinden van vergunningvoorschriften.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de voorschriften A2.3 tot en met A2.5 van de milieubeheervergunning en stelt nieuwe, minder bezwarende voorschriften vast.