ECLI:NL:RVS:2004:AR5477
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Intrekking erkenning bedrijfsvoorraad Autohuis Puma Veendam B.V. wegens overtredingen
Appellant, de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer, trok op 27 juni 2003 de erkenning bedrijfsvoorraad van Autohuis Puma Veendam B.V. voor zes weken in wegens het ten onrechte aanmelden van een voertuig waarvan zij niet de eigenaar was. Autohuis Puma Veendam B.V. maakte bezwaar, dat door appellant werd afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen verklaarde het beroep van Autohuis Puma Veendam B.V. gegrond en vernietigde het besluit van appellant.
De Raad van State oordeelt dat het sanctiebeleid van appellant, zoals neergelegd in de Toezichtbeleidsbrief, niet onredelijk is. Het ten onrechte aanmelden van voertuigen waarvan geen eigendom is verkregen, wordt als een zware overtreding beschouwd, zeker in combinatie met eerdere waarschuwingen voor soortgelijke overtredingen.
De Raad stelt vast dat de voorzieningenrechter ten onrechte het besluit van appellant niet in stand heeft gelaten. De intrekking voor zes weken is de lichtste sanctie binnen het beleid en niet onevenredig. Het hoger beroep is daarom gegrond, het vonnis van de voorzieningenrechter wordt vernietigd en het beroep van Autohuis Puma Veendam B.V. wordt alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad voor zes weken wordt gehandhaafd en het beroep van Autohuis Puma Veendam B.V. wordt ongegrond verklaard.