ECLI:NL:RVS:2004:AR5808
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Beekhuis
- S.T. Heijstek-van Leussen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen oplegging dwangsommen milieuvoorschriften landbouwbedrijf
Verzoeker exploiteert een landbouwmechanisatiebedrijf waar het gemeentebestuur dwangsommen heeft opgelegd wegens overtreding van milieuvoorschriften betreffende diesel- en afgewerkte olietanks en tankplaatsvoorzieningen. Verzoeker betoogde dat de overtredingen niet ernstig waren, dat verbeteringen in voorbereiding waren en dat de dwangsommen niet in redelijke verhouding stonden tot de overtredingen.
De Raad van State overwoog dat het gemeentebestuur bevoegd was tot het opleggen van dwangsommen en dat de overtredingen van de voorschriften 2.1.5 en 2.5.5 van het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer en de CPR-richtlijn onbetwist waren. Verzoeker beschikte niet over de vereiste installatiecertificaten en de tankplaats voldeed niet aan de vloeistofdichte eisen.
Hoewel verweerder stelde dat inmiddels de overtredingen voor dieselolietanks en tankplaats waren opgeheven, was er geen spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening. Voor de afgewerkte olietank was het niet aannemelijk dat op korte termijn een installatiecertificaat zou worden verkregen. De hoogte van de dwangsommen werd als redelijk beoordeeld.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het gemeentebestuur in redelijkheid handhavend kon optreden en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het opleggen van dwangsommen wordt afgewezen.