ECLI:NL:RVS:2004:AR5815
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.G. Treffers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit ligplaats innemen vaartuig in Beatrixhaven Maastricht
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht heeft appellanten gelast het innemen van een ligplaats met een vaartuig in de Beatrixhaven te beëindigen omdat dit in strijd is met de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Appellanten voerden aan dat het aanwijzingsbesluit onduidelijk was en dat een milieuvergunning het verbod zou uitsluiten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het aanwijzingsbesluit en de APV duidelijk het innemen van ligplaatsen met vaartuigen op bepaalde gedeelten van openbaar water verbieden, ongeacht de milieuvergunning. De milieuvergunning bevat geen bepalingen die het APV-verbod opheffen.
De Raad benadrukt het belang van handhaving ter bescherming van de bruikbaarheid van het vaarwater, het voorkomen van hinder voor scheepvaart en het voorkomen van precedentwerking. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die handhaving onredelijk maken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.