ECLI:NL:RVS:2004:AR5819
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- P.J.J. van Buuren
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vergoeding voor planologische schade door bestemmingsplanwijziging
De zaak betreft een geschil over een vergoeding toegekend op grond van artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) wegens planologische schade veroorzaakt door een bestemmingsplanwijziging. De appellant, de raad van de gemeente Papendrecht, had een vergoeding van ƒ 30.000,00 toegekend aan de wederpartij, eigenaar van een perceel waarvan de bestemming was gewijzigd, wat leidde tot beperkingen in gebruiksmogelijkheden en een planologisch nadeliger positie.
De rechtbank had het bezwaar van de wederpartij gegrond verklaard en de beslissing op bezwaar vernietigd, omdat de methode van schadebegroting door appellant onjuist was toegepast. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de schadebeoordelingscommissie en de rechtbank terecht hebben geoordeeld dat de door appellant gehanteerde geschiktheids- en haalbaarheidstoets niet strookt met artikel 49 WRO Pro.
Daarnaast is vastgesteld dat de technische en economische haalbaarheid van bouwuitbreidingen voor horecadoeleinden onvoldoende was onderzocht, en dat nader onderzoek noodzakelijk is om een juiste rendementsberekening te maken. De Raad van State oordeelt dat appellant zich niet mocht baseren op het advies van de schadebeoordelingscommissie dat het vervallen van bouwmogelijkheden geen waardevermindering tot gevolg heeft. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.