ECLI:NL:RVS:2004:AR5824

Raad van State

Datum uitspraak
17 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200401700/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.Ph.J.A.M. Hennekens
  • H. Borstlap
  • M.W.L. Simons-Vinckx
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.1 Wet milieubeheerArt. 8.4 Wet milieubeheerArt. 8.24 Wet milieubeheerParagrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit buiten behandeling laten wijzigingsaanvraag milieuvergunning

Appellante, Edelchemie Panheel B.V., diende op 8 mei 2003 een aanvraag in tot wijziging van enkele voorschriften van haar milieuvergunning voor een inrichting aan de Sint Antoniusstraat 15 te Panheel. Het college van gedeputeerde staten van Limburg liet deze aanvraag op 29 juli 2003 buiten behandeling, omdat het deze kwalificeerde als een aanvraag om een veranderingsvergunning onder artikel 8.1 van de Wet milieubeheer.

Na bezwaar handhaafde het college dit standpunt en bepaalde dat een revisievergunning moest worden aangevraagd volgens artikel 8.4 van de Wet milieubeheer. Hiertegen stelde appellante beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aanvraag van 8 mei 2003 onmiskenbaar een verzoek was tot wijziging van een bestaande vergunning volgens artikel 8.24 van de Wet milieubeheer.

Het college had dus op deze grondslag moeten beslissen en niet de aanvraag als een veranderingsvergunning moeten aanmerken. Hierdoor heeft het college de aanvraag onjuist behandeld en de procedure niet correct gevolgd. De Raad van State verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot buiten behandeling laten van de wijzigingsaanvraag milieuvergunning wordt vernietigd.

Uitspraak

200401700/1.
Datum uitspraak: 17 november 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Edelchemie Panheel B.V.", gevestigd te Panheel,
appellante,
en
het college van gedeputeerde staten van Limburg,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 29 juli 2003, kenmerk 2003/21170, heeft verweerder buiten behandeling gelaten de, bij brief van 8 mei 2003, door appellante ingediende aanvraag om de voorschriften A.13, B.6 en F.7 van de krachtens de Wet milieubeheer bij besluit van 16 mei 1995 verleende vergunning voor een inrichting op het adres Sint Antoniusstraat 15 te Panheel te wijzigen.
Bij brief van 2 december 2003, kenmerk 2003/52131, aangevuld bij brief van 13 januari 2004, kenmerk 2003/52131, verzonden op 15 januari 2004, heeft verweerder een besluit genomen op het hiertegen gemaakt bezwaar.
Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 25 februari 2004, bij de Raad van State per fax ingekomen op dezelfde dag, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 29 maart 2004.
Bij brief van 6 mei 2004 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van verweerder. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 september 2004, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. M. Klijnstra, advocaat te Amsterdam, ir. L.M.M. Nevels en ir. L.F.C. Steens, gemachtigden, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. H.J. Breeman, advocaat te Rotterdam, G.C.H. Broen, J.H.M.M. de Jongh en ir. M.H.J.H. Verlinden, gemachtigden, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Bij het besluit op bezwaar heeft verweerder geoordeeld dat de brief van appellante van 8 mei 2003 moet worden beschouwd als een aanvraag om een (veranderings)vergunning in de zin van artikel 8.1, eerste lid, onder b en c, van de Wet milieubeheer. Vervolgens heeft verweerder met toepassing van artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer bepaald dat een revisievergunning als geregeld in dat artikel moet worden aangevraagd, en voor het overige het primaire besluit tot het buiten behandeling laten van de aanvraag van 8 mei 2003 gehandhaafd.
2.2.    De Afdeling overweegt dat de brief van 8 mei 2003 van appellante niet anders kan worden uitgelegd dan als een aanvraag om enkele voorschriften te wijzigen van de krachtens de Wet milieubeheer bij besluit van 16 mei 1995 verleende vergunning, met toepassing van artikel 8.24, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Dat, zoals verweerder betoogt, deze aanvraag geheel of gedeeltelijk zou moeten worden afgewezen, maakt dat niet anders.
Verweerder had op deze aanvraag om toepassing van artikel 8.24 van de Wet milieubeheer dienen te beslissen, waarbij met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn. Door de aanvraag aan te merken als een aanvraag om een (veranderings)vergunning, heeft verweerder de grondslag van de aanvraag verlaten.
2.3.    Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd.
2.4.    Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I.    verklaart het beroep gegrond;
II.    vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Limburg, als vervat in de brieven van 2 december 2003, kenmerk 2003/52131, en 13 januari 2004, kenmerk 2003/52131;
III.    veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Limburg in de door appellante in verband met de behandeling van het beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de provincie Limburg te worden betaald aan appellante;
IV.    gelast dat de provincie Limburg aan appellante het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht (€ 232,00) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens, Voorzitter, en drs. H. Borstlap en mr. M.W.L. Simons-Vinckx, Leden, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van Staat.
w.g. Hennekens    w.g. Van der Maesen de Sombreff
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2004
262-446.