ECLI:NL:RVS:2004:AR5837

Raad van State

Datum uitspraak
17 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200403053/1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.A.C. Slump
  • P. Lodder
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 44 WoningwetArt. 9a bestemmingsplan Centrum 2e herziening
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bouwvergunning ondanks gewijzigde winkelindeling en ontbreken toegang aan voorzijde

Het college van burgemeester en wethouders van Venray verleende op 14 oktober 2002 een gewijzigde bouwvergunning voor het vernieuwen van een winkel op een perceel te Venray. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden dat het gewijzigde bouwplan niet voldeed aan de planvoorschriften, met name dat er geen voorgevel meer aan de zijde van de oorspronkelijke toegang was.

De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat uit de planvoorschriften niet kan worden afgeleid dat in elke bebouwingsgrens een voorgevel moet zijn gesitueerd. De voorgevel is gelegen aan de zijde waar de hoofdtoegang is geprojecteerd, wat voldoet aan het bestemmingsplan.

Verder stelde de Raad vast dat het bestemmingsplan geen voorschriften bevat die het plaatsen van achtergevels aan de zijde van de oorspronkelijke toegang verbieden. Het college was op grond van artikel 44 van Pro de Woningwet verplicht de vergunning te verlenen, zonder ruimte voor belangenafweging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning wordt bevestigd.

Uitspraak

200403053/1.
Datum uitspraak: 17 november 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellanten], allen te Venray,
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 5 maart 2004 in het geding tussen:
appellanten
en
het college van burgemeester en wethouders van Venray.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 14 oktober 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venray (hierna: het college) aan [vergunninghoudster], gevestigd te [plaats], bouwvergunning verleend voor het gewijzigd uitvoeren van de op 20 juni 2002 verleende bouwvergunning voor het vernieuwen van een winkel op het perceel kadastraal bekend gemeente Venray, sectie […], nummers […], plaatselijk bekend [locatie 1] te Venray.
Bij besluit van 19 augustus 2003 heeft het college het door appellanten daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 5 maart 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Roermond (hierna: de rechtbank) het door appellanten daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 10 april 2004, bij de Raad van State ingekomen op 14 april 2004, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 26 juli 2004 heeft het college van antwoord gediend.
Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellanten. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 oktober 2004, waar appellanten, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en het college, vertegenwoordigd door J.L.G. Zanders, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    De vergunde – en reeds uitgevoerde - wijzigingen betreffen, voorzover relevant, een verandering van de winkelindeling ten opzichte van het oorspronkelijke bouwplan, waarbij er niet langer sprake is van een toegang vanaf de [locatie 1].
2.2.    Ingevolge het bestemmingsplan "Centrum 2e herziening" geldt ter plaatse de bestemming "Winkels".
In artikel 9a, tweede lid, onder d, van de planvoorschriften is te dien aanzien bepaald dat de voorgevels van de gebouwen in de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens zullen worden geplaatst.
2.3.    Appellanten betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het bouwplan in gewijzigde vorm niet voldoet aan het bepaalde in artikel 9a, tweede lid, onder d, van de planvoorschriften, omdat aan de [locatie 1]zijde van het pand door het ontbreken van een toegang niet langer sprake is van een voorgevel.
Dit betoog faalt. Anders dan appellanten betogen kan uit deze bepaling niet worden afgeleid dat in iedere naar de weg gekeerde bebouwingsgrens van een gebouw een voorgevel dient te worden gesitueerd. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat is voldaan aan het bepaalde in artikel 9, tweede lid, onder d, van de planvoorschriften, nu de voorgevel van het pand, zijnde de gevel waarin de hoofdtoegang is geprojecteerd, in de bebouwingsgrens aan het [locatie 2] is gelegen.
2.4.    Aangezien het bestemmingsplan geen voorschriften kent die bepalen dat aan de zijde van de [locatie 1] geen achtergevels mogen worden gesitueerd, heeft de rechtbank eveneens terecht geoordeeld dat het college gelet op het bepaalde in artikel 44, van de Woningwet gehouden was de bouwvergunning te verlenen. Nu artikel 44 van Pro de Woningwet geen ruimte laat voor een belangenafweging, kan hetgeen appellanten hebben aangevoerd met betrekking tot de gevolgen van het bouwplan voor het aanzien van de [locatie 1] geen doel treffen. Dat de oorspronkelijke bouwvergunning is verleend met vrijstelling voor een klein gedeelte van het pand aan het [locatie 2], doet daaraan niet af.
2.5.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump    w.g. Lodder
Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2004
-422.