ECLI:NL:RVS:2004:AR5863
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- Ch.W. Mouton
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing doden reeën ter bevordering verkeersveiligheid in Overijssel
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 2 februari 2004 ontheffing aan de Wildbeheereenheid Tussen Vecht en Dedemsvaart voor het doden van reeën met het geweer tot en met 31 december 2004, vanwege het belang van de openbare veiligheid, met name verkeersveiligheid.
De Stichting de Faunabescherming maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle verklaarde het beroep van de stichting eveneens ongegrond. Hiertegen stelde de stichting hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het belang van de openbare veiligheid, waaronder verkeersveiligheid, voldoende aannemelijk was. Het college had terecht geoordeeld dat geen andere bevredigende oplossingen beschikbaar waren en dat het afschieten van reeën noodzakelijk was om de populatie onder het draagkrachtniveau te houden en migratie te beperken.
De Afdeling verwierp de argumenten van de stichting dat het rijgedrag van automobilisten de oorzaak was van onveilige situaties en dat het afschieten niet effectief zou zijn. De situatie in Amsterdamse Waterleidingduinen werd als niet vergelijkbaar beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Stichting de Faunabescherming wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ontheffing voor het doden van reeën wordt bevestigd.