ECLI:NL:RVS:2004:AR6271
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.G. Drupsteen
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk tegen nadere milieueisen voor horecainrichting in Utrecht
Bij besluit van 28 juli 2004 stelde het college van burgemeester en wethouders van Utrecht nadere eisen aan de inrichting van appellanten op het perceel Ridderhofstad 2 te Utrecht, op grond van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer.
Appellanten, Doenrade B.V. en Le Clochard B.V., stelden beroep in bij de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening. De Voorzitter behandelde de zaak op 28 oktober 2004 en besloot onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.
De Raad van State oordeelde dat appellanten niet-ontvankelijk zijn in hun beroep omdat zij geen bedenkingen hadden ingebracht tegen het ontwerpbesluit, zoals vereist op grond van artikel 20.10, tweede lid, van de Wet milieubeheer. De brief van 5 juli 2004 van appellanten bevatte geen bedenkingen maar slechts een mededeling over een installatiewijziging.
Een nader onderzoek werd niet noodzakelijk geacht en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Voorzitter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep van appellanten is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.