Uitspraak
200308810/1, en
200308816/1, en van 10 juni 2004, nos.
200403338/2, en
200403350/2, is de Voorzitter van oordeel dat verweerder zich in het bestreden besluit terecht op het standpunt heeft gesteld dat er technische en functionele bindingen waren tussen de garageboxen onderling en de garageboxen en de spuitcabine. De Afdeling ziet geen aanleiding voor een andersluidend oordeel.
200403338/2, heeft de Voorzitter geoordeeld dat verweerder deze termijn in redelijkheid op heeft kunnen leggen. De Afdeling ziet geen aanleiding voor een andersluidend oordeel.