ECLI:NL:RVS:2004:AR6280
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. van den Brink
- M.Z.C. Koutstaal
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking erkenning periodieke voertuigkeuringen door RDW
De Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW) trok op 6 april 2004 de erkenning van verzoekster voor het uitvoeren van periodieke keuringen van voertuigen tot 3500 kg voor negen weken in. Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze intrekking, dat door de voorzieningenrechter werd afgewezen. Verzoekster vroeg vervolgens bij de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De intrekking was gebaseerd op de constatering dat een keuringsrapport voor een KIA met kenteken A was afgegeven, terwijl op die datum een Suzuki met kenteken B was afgemeld. Verzoekster betwistte dit en stelde dat de Suzuki pas op 18 november 2003 was gekeurd en afgemeld, en dat de benodigde gegevens daarvoor niet eerder bekend waren. Zij ondersteunde dit met een verklaring van de eigenaresse van de Suzuki.
De Voorzitter oordeelde dat de beschikbare gegevens onvoldoende duidelijkheid bieden over een mogelijke overtreding die de intrekking rechtvaardigt. De veronderstelling van de RDW dat een verkeerd kenteken was opgegeven, houdt geen stand omdat ook het chassisnummer vereist is en niet bekend is welk chassisnummer bij de afmelding is opgegeven.
Gelet op de noodzaak van nader onderzoek en de belangenafweging tussen naleving van regelgeving en de bedrijfseconomische belangen van verzoekster, werd de intrekking geschorst bij wijze van voorlopige voorziening. Tevens werd de RDW veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de erkenning door de RDW is geschorst bij wijze van voorlopige voorziening.