ECLI:NL:RVS:2004:AR6307
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning kampeerterrein wegens onvoldoende brandveiligheid
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Westland, weigerde aan wederpartij een vergunning te verlenen voor het houden van een kampeerterrein op een perceel, omdat de brandveiligheid van de stacaravans niet voldeed aan de eisen van het Bouwbesluit. Wederpartij werd tevens verplicht om 25 stacaravans te verwijderen onder dwangsom.
De rechtbank verklaarde het beroep van wederpartij tegen het bezwaar ongegrond en vernietigde het besluit van het college, maar handhaafde de rechtsgevolgen en opende het onderzoek voor schadevergoeding. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht kon weigeren de vergunning te verlenen op grond van brandveiligheid, waarbij aansluiting bij artikel 118 van Pro het Bouwbesluit geoorloofd was. De last onder dwangsom was rechtsgeldig opgelegd wegens het ontbreken van een vergunning. Het hoger beroep van appellant werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van wederpartij alsnog ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 24 november 2004.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft gehandhaafd.