ECLI:NL:RVS:2004:AR6311
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bezwaarbesluit energiepremie met in stand laten rechtsgevolgen
Appellant verzocht om een energiepremie, maar zijn aanvraag werd afgewezen omdat deze niet binnen de termijn van 13 weken na aanschaf van het apparaat was ingediend bij het energiebedrijf. De aanvraag was volgens verweerder op 15 juli 2003 ontvangen, terwijl de termijn tot 8 juli 2003 liep.
Appellant stelde dat hij het aanvraagformulier op 3 juli 2003 had gepost en dat het apparaat pas op 12 april 2003 was geïnstalleerd, waardoor de termijn langer zou zijn. De Raad oordeelde dat de aanschafdatum op 8 april 2003 lag en dat de aanvraag pas op 14 juli 2003 was gepost, waardoor de aanvraag te laat was.
Verder stelde appellant dat het besluit op bezwaar niet tijdig was genomen, maar de Raad oordeelde dat de overschrijding van de beslistermijn niet automatisch leidt tot gegrondheid van het bezwaar.
De Raad vernietigde het besluit op bezwaar wegens onbevoegdheid van degene die het had genomen, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand blijven omdat het besluit inhoudelijk standhoudt. De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit op bezwaar wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit blijven in stand.