ECLI:NL:RVS:2004:AR6313
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Dolman
- E.J. Nolles
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken rechtstreeks belang bij verlenging ontgrondingsvergunning
Op 1 juli 2003 verzocht appellant om verlenging van de geldigheidsduur van een ontgrondingsvergunning die oorspronkelijk op 5 juli 1995 was verleend voor percelen in een gemeente. De vergunning was eerder verlengd tot 1 januari 2004 en vervolgens tot 1 januari 2006. Verweerder besloot echter niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden na ontvangst van het verzoek, waarop appellant beroep instelde tegen het uitblijven van een besluit. Vervolgens werd alsnog een besluit genomen tot verlenging.
Appellant voerde aan dat hij belanghebbende was omdat het gewonnen zand tijdelijk werd opgeslagen nabij zijn bedrijfsgronden, en dat dit schade zou veroorzaken. De Raad van State stelde vast dat noch de vergunning, noch de verlengingen daarin voorzien in het gebruik van de gronden als zanddepot, en dat hiervoor aparte vergunningen en vrijstellingen waren verleend waartegen appellant rechtsmiddelen kon aanwenden.
Daarnaast woonde appellant op circa 700 meter afstand van de ontgrondingslocatie, waardoor geen rechtstreeks belang bij de besluiten was vastgesteld. De Raad concludeerde dat appellant geen belanghebbende was in de zin van de wet en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang bij de verlenging van de ontgrondingsvergunning.