ECLI:NL:RVS:2004:AR6314
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H. Borstlap
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning goederenspoorwegemplacement Haarlem wegens onvoldoende motivering geluidnormen
Bij besluit van 28 oktober 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders van Haarlem een milieuvergunning aan NS Railinfrabeheer voor het oprichten en exploiteren van een goederenspoorwegemplacement aan de Westergracht te Haarlem. Appellanten, bewoners en belanghebbenden, stelden beroep in tegen dit besluit vanwege onder meer geluidhinder en onduidelijkheden over de naleving van voorschriften.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep deels niet-ontvankelijk was omdat bepaalde bezwaren niet tijdig als bedenkingen tegen het ontwerpbesluit waren ingebracht. De Afdeling stelde vast dat de vergunning geluidnormen bevatte die voor een overgangsperiode van drie jaar de bestaande geluidbelasting toestonden, waarna strengere normen zouden gelden. Dit was gebaseerd op een circulaire uit 1998.
De Afdeling vond echter dat de motivering van de vergunninghouder en het college onvoldoende was, met name omdat een nieuwe activiteit (railinzetplaats) de geluidbelasting verhoogde en de overgangsperiode niet goed was onderbouwd. Ook waren geluidreducerende maatregelen die direct mogelijk waren, onvoldoende meegenomen. Hierdoor was het besluit in strijd met het motiveringsbeginsel en niet zorgvuldig voorbereid. De Afdeling vernietigde het besluit en wees het griffierecht toe aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige voorbereiding van de geluidnormen.