ECLI:NL:RVS:2004:AR6317
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen rechtbankuitspraak inzake besluitbegrip
Appellant verzocht de Minister om onderzoek naar pestgedrag op een hogeschool. De Minister wees appellant op interne klachtenprocedures en stelde dat een ministerieel onderzoek niet aan de orde was. Appellant maakte bezwaar tegen deze reactie, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het schrijven geen besluit vormde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant kennelijk ongegrond omdat het schrijven niet als besluit kwalificeerde en geen bezwaar of beroep mogelijk was.
Appellant deed verzet tegen deze uitspraak, maar de rechtbank verklaarde dit verzet ongegrond. Tijdens de procedure werden wrakingsverzoeken van appellant afgewezen en werd appellant geweigerd toegang tot de zitting omdat hij niet aan de voorwaarden voldeed. De Raad van State oordeelde dat geen sprake was van schending van fundamentele procesrechten die kennisneming van het hoger beroep zouden rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de Raad van State zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht. De inhoudelijke beoordeling van het geschil bleef daarmee buiten beschouwing. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht.