ECLI:NL:RVS:2004:AR6742
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Cleton
- J.J.C. Voorhoeve
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vergunningplicht voor uitzaaien oesters en mosselen in staatsnatuurmonument Oosterschelde-buitendijks bevestigd
Verweerder heeft aan appellanten vergunningen verleend voor het uitzaaien van oesters en mosselen in het staatsnatuurmonument Oosterschelde-buitendijks, onder voorwaarden. Appellanten betwistten de vergunningplicht en voerden aan dat het uitzaaien geen schadelijke activiteit is en dat zij reeds een vergunning voor onbepaalde tijd hadden.
De Raad overwoog dat artikel 12 van Pro de Natuurbeschermingswet ook van toepassing is op staatsnatuurmonumenten en dat het uitzaaien van oesters en mosselen mogelijk schadelijk kan zijn vanwege de introductie van niet-inheemse organismen en ziekten. Verweerder mocht daarom een vergunningplicht stellen.
Verder werd geoordeeld dat de vergunning die van rechtswege ontstond wegens het niet tijdig beslissen niet voor onbepaalde tijd gold, maar slechts tot de datum van een volgende vergunning. De beroepen van appellanten werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunningen voor het uitzaaien van oesters en mosselen in het staatsnatuurmonument worden ongegrond verklaard.