ECLI:NL:RVS:2004:AR7078
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbendheid bij parkeerverbodzone Peppelensteeggebied te Ede
Het college van burgemeester en wethouders van Ede stelde op 9 oktober 2002 een parkeerverbodzone in het Peppelensteeggebied in, bekrachtigd door plaatsing van borden die parkeren alleen in aangewezen vakken toestaan. De Initiatiefgroep Peppelensteeg en appellante sub 2 maakten bezwaar tegen dit besluit. Het college verklaarde het bezwaar van de Initiatiefgroep niet-ontvankelijk en dat van appellante sub 2 ongegrond.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van de Initiatiefgroep ongegrond en dat van appellante sub 2 gegrond, vernietigde het bestreden besluit voor zover het bezwaar van appellante sub 2 betrof en verklaarde haar bezwaren niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld.
De Raad van State overwoog dat appellante sub 1 niet als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat niet zij, maar de Initiatiefgroep beroep had ingesteld en zij redelijkerwijs in staat was geweest zelf beroep in te stellen. Verder oordeelde de Raad dat appellante sub 2 geen bijzonder individueel belang had bij het besluit, omdat zij niet in de directe nabijheid woont en zich niet voldoende onderscheidt van andere weggebruikers. Daarom is haar hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante sub 1 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van appellante sub 2 ongegrond verklaard; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.