ECLI:NL:RVS:2004:AR7087
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hardheidsclausule bij verhoging vervangingsbijdrage onderwijs
Appellante, Stichting Joods Bijzonder Onderwijs, maakte bezwaar tegen een toeslag van ƒ 37.544,00 (€ 17.036,72) op de vervangingsbijdrage voor het schooljaar 2000-2001, opgelegd door het bestuur van de Stichting Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het Onderwijs. Zij verzocht om toepassing van de hardheidsclausule op grond van artikel 4J van het Reglement, omdat zij meende dat sprake was van een situatie van bijzondere hardheid.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dit oordeel. De Afdeling overwoog dat ziekteverzuim, ook als gevolg van asbestproblematiek, behoort tot de normale ondernemingsrisico's en niet kwalificeert als calamiteit die een bijzondere hardheid oplevert. Tevens was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de toeslag zou leiden tot onoverkomelijke financiële problemen of faillissementsgevaar.
De Afdeling concludeerde dat het bestuur terecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule omdat niet was voldaan aan de cumulatieve voorwaarden dat sprake is van bijzondere hardheid en dat deze niet aan appellante is toe te rekenen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toeslag op de vervangingsbijdrage blijft gehandhaafd.