Uitspraak
200408326/2in de kosten veroordeeld, zodat gelet op de samenhang met die zaak geen kostenveroordeling in deze zaak wordt uitgesproken.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Littenseradiel verleende in 2002 een vrijstelling en bouwvergunning voor een windturbine met een ashoogte van 40 meter. Na bezwaar van de vereniging It Fryske Gea werd het besluit herroepen en een vergunning verleend voor een turbine van 35 meter, ondanks dat het herziene bestemmingsplan windturbines niet toestaat.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van verzoekster ongegrond, maar de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het niet zonder meer vaststaat dat de vergunning terecht is verleend. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen.
De bouwvergunning van 24 oktober 2003 werd geschorst en de gemeente werd gelast het betaalde griffierecht aan verzoekster te vergoeden. Deze voorlopige voorziening is niet bindend voor de bodemprocedure.
De zaak betreft de afweging tussen het geldende bestemmingsplan en de verleende vergunningen, waarbij de belangen van verzoekster en het college tegen elkaar zijn afgewogen. De uitspraak benadrukt het voorlopige karakter van de beslissing en de noodzaak van zorgvuldige toetsing in de bodemprocedure.
Uitkomst: De voorlopige voorziening schorst de bouwvergunning voor een windturbine van 35 meter en gelast vergoeding van het griffierecht.