ECLI:NL:RVS:2004:AR7110
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen opschorting van last onder dwangsom inzake gemeentewerf afgewezen
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van De Bilt, maakte bezwaar tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Utrecht om de looptijd van een aan appellant opgelegde last onder dwangsom met terugwerkende kracht op te schorten. De last betrof een gemeentewerf en was oorspronkelijk opgelegd op 27 januari 2003. Verweerder had de opschortingstermijn verlengd tot 5 september 2003, omdat appellant tijdelijk niet in staat was aan de last te voldoen.
Appellant stelde dat de opschorting niet redelijk was en dat hij pas laat van de datum van opschorting op de hoogte was gesteld. Verweerder betoogde dat niet de begunstigingstermijn maar de dwangsom zelf was opgeschort en dat de termijn uitvoerig was gemotiveerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de opschorting met vijftig dagen was verlengd wegens tijdelijke onmogelijkheid van appellant om te voldoen. De motivering van verweerder werd als voldoende beoordeeld. De stelling van appellant dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en de late kennisgeving konden het oordeel niet veranderen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 8 december 2004.
Uitkomst: Het beroep tegen de opschorting van de last onder dwangsom is ongegrond verklaard.