Uitspraak
200105798/1, omdat die uitsluitend betrekking heeft op overgangsrecht ter zake van het gebruik.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Boxtel weigerde op 27 augustus 2002 een bouwvergunning voor het ommetselen en gedeeltelijk uitbreiden van een houten woning op een perceel bestemd voor woondoeleinden. De aanvrager maakte bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van de rechtsopvolger van de aanvrager gegrond en vernietigde de beslissing op bezwaar.
De Raad van State heeft het hoger beroep van het college behandeld en geoordeeld dat de overgangsbepalingen van het bestemmingsplan van toepassing zijn op de aanvraag, omdat het bouwwerk reeds bestond bij het ter visie leggen van het plan. Het college mocht zich niet beroepen op het argument dat de bewoning na het overlijden van de oorspronkelijke bewoners onrechtmatig was, omdat de overgangsbepalingen zien op het vernieuwen of veranderen van het bouwwerk, niet op het gebruik.
De Raad van State bevestigt dat de rechtbank terecht oordeelde dat de beslissing op bezwaar niet deugdelijke motivering bevatte en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bekrachtigd. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het college ongegrond.