ECLI:NL:RVS:2004:AR7550
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering handhaving horeca-inrichtingen Damstraat Hardinxveld-Giessendam
Bij besluit van 6 maart 2002 wees het college van burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam een verzoek tot toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen tegen horeca-inrichtingen aan de Damstraat af. Appellanten, mede namens andere belanghebbenden, maakten bezwaar en stelden beroep in tegen het daaropvolgende besluit van 31 maart 2003.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de andere belanghebbenden geen geldige machtiging hadden voor deze procedure, waardoor hun beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Het bezwaar van appellanten tegen de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar werd eveneens verworpen.
Appellanten voerden aan dat de horeca-inrichtingen niet conform het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer waren aangemeld en dat handhaving noodzakelijk was vanwege overlast. Verweerder stelde dat de meldingen wel waren gedaan en dat er voldoende maatregelen waren getroffen om overlast te voorkomen, waaronder beveiliging, overleg en politie-inzet. De overlast werd vooral veroorzaakt door jongeren die de horeca niet bezochten.
De Afdeling concludeerde dat er geen aanleiding was tot handhaving of het opleggen van nadere eisen. Het beroep van appellanten werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van andere belanghebbenden is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van appellanten ongegrond verklaard.