ECLI:NL:RVS:2004:AR7556
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergoeding vervoerskosten schoolgaande zoon en toetsing drempelafstand
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rozendaal om een tegemoetkoming in de vervoerskosten van zijn oudste zoon naar school. Dit verzoek werd aanvankelijk afgewezen, waarna bezwaar werd gemaakt en opnieuw afgewezen op andere gronden. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag welke afstand als uitgangspunt diende voor de vergoeding: de volledige afstand van 6,8 kilometer of slechts het meerdere boven de drempel van 6 kilometer. De Raad van State oordeelde dat het college ten onrechte alleen het meerdere boven de 6 kilometer vergoedde en dat de vergoeding over de gehele afstand moet worden berekend, waarna een drempelbedrag afhankelijk van het inkomen wordt toegepast.
Verder werd het door het college gehanteerde kilometerbedrag van € 0,18 niet onjuist bevonden, mede omdat dit gebaseerd is op een modelverordening die rekening houdt met vergoeding van heen- en terugreis. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaarde het beroep van appellant gegrond en beval het college een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en het college opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met vergoeding van proceskosten.