Uitspraak
200304011/1, niet in strijd met het stelsel van de Wet milieubeheer.
Raad van State
Bij besluit van 1 juni 2004 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een vergunning verleend voor het veranderen van een inrichting voor het opslaan, overslaan, bewerken en verwerken van afvalstoffen. Tevens zijn nieuwe geluidvoorschriften voor de gehele inrichting gesteld. Appellanten hebben tegen dit besluit beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat de wijziging van de vergunning niet als een deelrevisievergunning in de zin van artikel 8.4 Wet milieubeheer moest worden aangemerkt, maar als toepassing van artikel 8.23 Wet milieubeheer. De beoordelingsvrijheid van verweerder bij het stellen van geluidvoorschriften is bevestigd, onder meer met toepassing van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening.
De Afdeling oordeelt dat het besluit onzorgvuldig is genomen doordat in voorschrift 3.1.1 geen geluidgrenswaarde is opgenomen voor de woning aan een specifiek adres. Dit deel van het besluit wordt vernietigd en de Afdeling voegt zelf een geluidgrenswaarde toe. Verder zijn de overige bezwaren van appellanten ongegrond verklaard. De provincie Noord-Brabant wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit wordt gedeeltelijk vernietigd wegens het ontbreken van een geluidgrenswaarde voor een woning, met toevoeging van een passende grenswaarde en toekenning van proceskosten aan appellanten.